Geriatrie wordt dikwijls omschreven als een nieuwe discipline voor ouderen. Nochtans is de doeltreffendheid van een geriatrische aanpak al meer dan een kwart eeuw bewezen. L. Rubenstein publiceerde in 1984 in het New England Journal of Medicine een studie die de criteria van evidence based geneeskunde al volgde. De studie bewees duidelijk dat een gestandaardiseerde gerontologische evaluatie (ook wel ‘comprehensive geriatric assessment’ of CGA genoemd) echt doeltreffend is. Sindsdien hebben verschillende studies en meta-analyses het nut van een dergelijke aanpak voor kwetsbare patiënten bevestigd. ‘Evidence based geneeskunde’, geneeskunde gebaseerd op bewijzen of evidence-based medicine (EBM), is vandaag een onmisbaar onderdeel van de medische praktijk. Klinische beslissingen baseren zich daarbij niet alleen op theoretische kennis, oordeel en ervaring – de belangrijkste elementen van de geneeskunde – maar ook op wetenschappelijke ‘bewijzen’, rekening houdend met de voorkeur van de patiënten. Dit artikel heeft het over de barrières voor de ontwikkeling van evidence based geneeskunde in de geriatrie (geïnformeerde toestemming, kwetsbaarheid, uitsluitingscriteria), maar ook over studies rond het concept van het ‘geriatrisch syndroom’, de herkenning van de risicofactoren daarvan en de preventieve strategieën die een belangrijke plaats in de geriatrie innemen.
Valincidenten vormen een omvangrijk probleem in woonzorgcentra. Ongeveer 30 tot 70 procent van de ouderen valt één maal per jaar, waarvan 15 tot 40 procent meerdere keren valt (1).
In termen van demografische evolutie tonen de projecties van het Federaal Planbureau in 2011 aan dat de vergrijzing van de bevolking, net als in de meeste geïndustrialiseerde landen, een sterke invloed heeft op de toekomstige behoeften en de middelen voor langdurige zorg (thuiszorg, familiehulp, dagcentra en centra voor kortverblijf, rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen). In België zou het percentage ouderen – 65 jaar en ouder – stijgen van 17% in 2010 tot 21% in 2025 en zelfs tot 26% in 2050. Een fijnere opsplitsing toont de nog spectaculairdere progressie van het percentage van de oudste mensen – 85 jaar en ouder – dat van 2,2% in 2010 stijgt naar bijna 3% in 2015 en 5,8% in 2050. Dat legt een grotere druk op de behoeften (6).
Volgens het basisscenario stijgt het geprojecteerde aantal ouderen in zorginstellingen van 125.500 in 2010 naar 166.000 in 2025. Dat is een stijging met 32%!
De vergrijzing van de bevolking en de langere levensduur zijn basisthema’s binnen het volksgezondheidbeleid. Steeds meer ouderen, ook steeds meer mensen van de vierde leeftijd (ouder dan 80 jaar), hebben een behandeling nodig. Dat is verontrustend: welk soort infrastructuur moet er worden gebouwd? Hoeveel residentiële bedden moeten er voorzien worden? Volgens welke scenario’s? Met welke menselijke middelen? Tegen welke financiële kostprijs? Eén voor één weerklinken die vragen, die complexe antwoorden vereisen. De term ‘vergrijzing van de bevolking’ dekt immers een veelheid aan medische, maar ook sociaaleconomische situaties. Daarom werd in de studie van het KCE ‘Toekomstige behoefte aan residentiële ouderenzorg in België’ (1) beoogd om de evolutie (2011-2025) te schatten van het aantal mensen dat residentiële zorg nodig heeft. Er werden ook 6 alternatieve scenario’s voorgesteld.
Healthcare Executive Nr 86
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...