Kredietverzekeraar Allianz Trade en Inclusive Brains ontwikkelen samen een AI-systeem waarmee berichten kunnen worden verzonden zonder aanraking of spraak, met als doel mensen met een beperking meer autonomie te geven.
Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv) beschouwt meer dan de helft van de ruim 500.000 langdurig zieken in ons land als permanent arbeidsongeschikt. Dat blijkt uit gegevens die De Tijd opvroeg. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) laat een deel van hen opnieuw controleren.
Op www.gezondbelgië plaatste het Riziv cijfers over diverse disciplines waaronder ook de anesthesie. Het gaat zogezegd om het gemiddeld terugbetaalde bedrag per FTE, conventionerings- en accrediteringspercentages, dichtheid, toegankelijkheid en dies meer. De Belgische Beroepsvereniging van artsen-specialisten in anesthesie en reanimatie (BSAR-APSAR) nam met stijgende verbazing kennis van die cijfers.
In het rapport komen diverse aspecten aan bod vanuit een professioneel perspectief: toegankelijkheid, patiënteel, werklast, feitelijke subspecialiteiten, vervangingsratio's. Enkele opmerkelijke cijfers voor de anesthesisten die bij de anesthesisten overigens op onze vraag met stijgende verbazing bekeken werden.
Het aantal minderjarigen dat in het ziekenhuis opgenomen wordt wegens een alcoholintoxicatie is in de periode 2011-2014 gedaald van 511 in 2011 tot 402 in 2014. Dat blijkt uit het antwoord van minister van Volksgezondheid Maggie De Block op een schriftelijke vraag van Gautier Calomne (MR). De minister baseert zich hierbij op de Minimale Ziekenhuisgegevens (MZG).
Het plan voor de hervorming van de ziekenhuisfinanciering voorziet in de invoering van nieuwe modellen voor de organisatie en financiering van ziekenhuiszorg. Met het oog daarop wil de overheid op kleine schaal nieuwe manieren van zorg testen. Als die geschikt blijken te zijn, kunnen ze op grote schaal worden toegepast. Met het verzoek om voor begin september thema’s voor pilotprojecten aan te dragen wordt een beroep gedaan op de creativiteit en het innovatievermogen van de sector. Algemeen gesteld moeten de pilotprojecten het einddoel van de hervorming verwezenlijken. Dat wil zeggen: een efficiëntere inzet van het budget dat beschikbaar is voor ziekenhuiszorg, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de zorg en de patiënttevredenheid, en indien mogelijk zelfs met verbetering van beide citeria. Op detailniveau moet een project aan bepaalde vereisten voldoen. Al kan een project niet tegemoetkomen aan alle vereisten, hoe meer vereisten worden vervuld, hoe groter de slaagkans. De lijst van vereisten is nog niet definitief en zal zeker nog worden aangevuld, maar hier volgen alvast de hoofdlijnen.
Hoe kunnen we de toegang tot gepersonaliseerde en innovatieve behandelingen die in de pipeline zitten van farmaceutische firma’s verzekeren in tijden van krappe budgetten? Onder leiding van prof. Walter Van Dyck voerde het Vlerick Healthcare Management Centre een studie uit onder de naam ‘Oncology Horizon Scanning Project’. Hierin worden een berekende, vooruitgeplande methode en concrete aanbevelingen voorgesteld voor dit hete maatschappelijke hangijzer.
Gezondheidsvaardigheden, wat de Engelsen zo mooi omschrijven als “health literacy”, zijn in een cross-sectionele studie sterker geassocieerd met de functionele status van personen met reumatoïde artritis, dan met het gebruik van corticoïden, rookstatus of het gebruik van biologics. Bovendien hielden ze geen verband met de opleidingsstatus. Dat schrijven Liron Caplan en collega’s in Arthritis Care & Research.
Het Health Policy Forum (HPF), een meeting die in mei van dit jaar plaatsvond in Brussel, stond volledig in het teken van het toekomstige Public Health Programme 2013 (PHP) van de Europese Unie, dat volgend jaar voltooid zou moeten zijn. In het rapport, met de titel Contribution of the EU Health Forum to the future Public Health Programme (http://ec.europa.eu/health/interest_groups/docs/euhpf_contributions_post2013_en.pdf), worden de krijtlijnen uitgezet voor het toekomstige Europese beleid inzake volksgezondheid. Dit beleid moet komaf maken met de cultuur van het ‘silo’management en de weg vrijmaken voor een integratie van de beleidslijnen van de Unie. De deelnemers aan het forum kwamen tot de vaststelling dat de meerwaarde van de Europese Unie voornamelijk schuilt in haar vermogen om het beleid van de verschillende lidstaten te integreren. Zo kan ze synergieën ontwikkelen en de technische, organisatorische en financiële middelen waarover de lidstaten en de verschillende actoren beschikken, bundelen.
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) heeft onlangs een rapport gepubliceerd over de financiering van de thuisverpleging (1). Deze studie werd uitgevoerd door onderzoekers van de Université Libre de Bruxelles (Magali Pirson, Freddy Falez) en de Katholieke Universiteit Leuven (Walter Sermeus, Louis Paquay, Jozef Pacolet). Zij hebben het huidige financieringssysteem in België en in het buitenland in kaart gebracht en de mogelijkheden onderzocht om het financieringssysteem van de thuisverpleging in België te hervormen, gebaseerd op ervaringen in het buitenland en andere classificatiesystemen van bestaande patiënten.
Op dit moment kunnen patiënten voor de diagnose terecht in één van de 8 Belgische centra voor menselijke genetica, en voor de behandeling in één van de 21 multidisciplinaire referentiecentra gewijd aan specifieke zeldzame ziekten of ziektegroepen. Ze hebben toegang tot 43 terugbetaalde weesgeneesmiddelen en andere geneesmiddelen die noodzakelijk zijn voor hun behandeling. Tot slot spelen tal van patiëntenverenigingen (150) en de koepelorganisatie RaDiOrg.be (met 80 verenigingen) een cruciale rol op het vlak van informatie, hulp, steun en vertegenwoordiging. De maatregelen die worden voorgesteld in het rapport, houden uiteraard rekening met deze situatie. De maatregelen werden opgebouwd volgens 5 principes.
Onlangs publiceerde het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in samenwerking met het Riziv en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) een rapport dat de performantie evalueert van ons systeem van volksgezondheid (1). De onderzoekers bestudeerden de toegankelijkheid, de kwaliteit, de efficiëntie, de duurzaamheid en de billijkheid van het systeem aan de hand van 74 indicatoren. De verkregen resultaten werden vervolgens vergeleken met die van veertien andere Europese landen...
In een rapport met de titel 'Dementia: a public health priority', roepen de WGO en Alzheimer’s Disease International (ADI) de autoriteiten overal ter wereld op om programma's voor de strijd tegen dementie te lanceren. Deze programma's moeten zorgen voor een snellere diagnose, de sensibilisering van het publiek en de versterking van de zorgverlening aan demente patiënten en hun familie.
Het “Partnership voor het handhaven van de solidariteit en de innovatie inzake geneesmiddelen ten behoeve van de patiënten” getekend door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en pharma.be – waarvan de tekst integraal te consulteren is op onze website – wil een stabiele overlegomgeving creëren in een economisch moeilijke conjunctuur. Het wil een geneesmiddelenbeleid promoten aangepast aan de noden van de patiënten en aan de economische omstandigheden, en dat combineren met een geruststellend en vooruitziend kader waarin de overheid en de farmaceutische bedrijven hun activiteiten kunnen ontplooien. De algemene media berichtten over dit partnership en wezen erop dat er geen enkel uitgewerkt of becijferd engagement werd genomen, maar dat de opening naar overleg veeleer getuigt van een pre-engagement. Om dat te bewijzen, citeren we enkele belangrijke passages uit het akkoord dat, hoewel juridisch niet bindend, toch duidelijk een opening maakt voor overleg over goed gedefinieerde en omschreven thema’s.
Het in Brussel gevestigde EORTC (European Organisation for Research and Treatment of Cancer) vierde dit jaar haar vijftigste verjaardag. Dat vormde de aanleiding tot een druk bijgewoond symposium waarbij zowel naar het verleden, het heden als de toekomst werd gekeken. In het deel over de toekomst had Nadia Harbeck het over translationeel onderzoek, sprak Lalitha Shankar over surrogaateindpunten voor klinische doeltreffendheid, lichtte Koen Torfs de visie toe van de farmaceutische industrie op economische aspecten van innovatieve kankerbehandelingen en wijdde Jan Bogaerts uit over de respons op behandeling en de RECIST-criteria.
Ook in België is binge drinking bij jongeren een onrustwekkend probleem. Medewerkers van het UZA en de Universiteit Antwerpen (UA) nemen energieke maatregelen.
In de nasleep van het schandaal met de PIP-borstimplantaten maakte minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx haar plan bekend voor de identificatie, de traceerbaarheid en de controle van implantaten. De financiering van dit plan, waarvan de kostprijs geschat wordt op 7,5 miljoen euro, wordt volledig gedragen door de sector, die een hogere heffing op het omzetcijfer opgelegd krijgt (1).
Een onderzoek van het maandblad Test-Gezondheid (1) wees onlangs met een beschuldigende vinger in de richting van artsen omdat die bij bepaalde patiënten te vaak een osteodensitometrie zouden uitvoeren. Doordat de media op het onderzoek sprongen, stond de opsporing van osteoporose meteen in het midden van het debat. De gelegenheid voor de Belgian Bone Club om de aandacht van de overheid en van de publieke opinie te vestigen op de noodzaak van een pluridisciplinaire aanpak van het probleem, op de noodzaak van een herziening van de criteria voor het voorschrijven van een onderzoek en van de terugbetaling van geneesmiddelen.
De patiënt de ‘macht’ geven om rechtstreeks in te grijpen in factoren die bepalend zijn voor zijn gezondheid, dat noemen we empowerment. Dit concept is heel erg ‘in’ en wordt door anderen ook weleens omschreven als ‘emancipatie van de patiënt’. In de dagelijkse praktijk blijkt de techniek een ‘must’ te zijn, aldus dr. Jean Laperche, huisarts in Barvaux-sur-Ourthe. Hij geeft regelmatig opleidingen over de techniek van het motivatiegesprek om artsen beter te leren luisteren naar de patiënt en zijn prioriteiten. De bedoeling: komen tot een oplossing die voor beide partijen – de zorgverlener zowel als de patiënt – bevredigend is in het therapeutische traject op weg naar meer welzijn. Bestaat de uitdaging er tenslotte niet in om de patiënt een kader te bieden waarin hij zijn wensen duidelijk kan maken en zijn keuze kan uitdrukken?
De verantwoordelijken van het Phisop, het netwerk van ziekenhuisartsen actief in openbare ziekenhuizen in de Waalse regio, hebben de studie van het Federaal kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) over de kostprijs van een ziekenhuisarts grondig uitgeplozen. Het verdict: deze studie heeft geen enkele representatieve waarde.
Enkele jaren geleden was er voor het eerst sprake van ‘patiëntencommunicatie’, en terecht. In de gezondheidszorg staat de patiënt immers centraal. De patiënt is tegelijk de persoon die verantwoordelijk is voor zijn gezondheid, de doelgroep van richtlijnen en projecten op het vlak van volksgezondheid en ziekteverzekering, de eerste gebruiker van zorgdiensten en de uiteindelijke begunstigde van onderzoek en ontwikkeling in de biofarmaceutische industrie. Het ligt dan ook voor de hand dat het voor de verschillende betrokken partijen van de sector belangrijk is om met de patiënt of de patiëntenverenigingen die hem vertegenwoordigen, een communicatie op gang te brengen. En die communicatie is van betere kwaliteit naarmate ze interactiever is.
Hope, de Europese federatie van ziekenhuizen en gezondheidszorgvoorzieningen (1), organiseert jaarlijks een Europees uitwisselingsprogramma, waardoor tal van gezondheidswerkers een maand lang overal in Europa hun ervaringen en praktijken kunnen uitwisselen. Dit jaar koos Hope voor haar uitwisselingsprogramma een cruciaal thema voor de toekomst van de gezondheidszorg: ‘Chronisch zieke patiënten, een uitdaging voor zorgverlening en management’. De behandeling van chronisch zieke patiënten in het NHS in Groot-Brittannië omvat verschillende onderdelen, waaronder casemanagement, verzorgingstraject of zelfverzorging (2), stuk voor stuk uitgewerkt om preventie, autonomie, verzorgingskwaliteit en kostenbeheersing te verzoenen met elkaar.
Ter gelegenheid van de Wereldgezondheidsdag heeft de WGO op 7 april een bijzondere campagne gelanceerd: “Strijd tegen antibacteriële resistentie: nu handelen om morgen nog te kunnen behandelen”. Reeds geruime tijd wekt de groeiende resistentie van bacteriën tegen antibiotica een zekere ongerustheid bij epidemiologen en microbiologen. Al in 2000 bevatte het rapport Overcoming antimicrobial resistance van dr. Gro Harlem Brundtland, toen algemeen directeur van de WGO, elementen over de opmars van antibacteriële resistentie die de aanleiding zou kunnen zijn van een wereldcrisis (1). De WGO is toen een grootschalige sensibiliseringscampagne begonnen met tal van nationale campagnes die opriepen tot een verstandig en juist gebruik van antibiotica.
Meer dan twee jaar geleden trad de wet op medische ongevallen in werking. De onderhandelingen over de vorming van een regering hebben de uitwerking van het fonds lange tijd vertraagd. Daarna hebben het kabinet Onkelinx, het Riziv en de raad van bestuur van het fonds de turbo aangezet. Vanaf 1 september zal de nieuwe administratieve structuur operationeel zijn. Er ontbreekt alleen nog een algemeen directeur, maar dat verhindert slachtoffers van een medisch ongeval niet om al een dossier in te dienen.
De cel Kwaliteit en Patiëntveiligheid van de FOD Volksgezondheid heeft in navolging van de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs een campagne opgestart om de patiëntveiligheid te verbeteren. In deze campagne, ‘Safe Surgery Saves Lives’, wordt gebruik van een checklist bij operaties bevorderd. Volgens het groeiende aantal studies hierover kan met deze simpele en goedkope procedure het sterftecijfer en het aantal complicaties met 30% worden verlaagd. Om het belang en de implicaties van dit project te begrijpen, interviewde Healthcare Executive dr. Margareta Haelterman (verantwoordelijk voor de cel Kwaliteit en Patiëntveiligheid van de FOD Volksgezondheid) en Stéphanie Maquoi (projectleider, FOD Volksgezondheid).
Kosteneffectiviteitsanalyses zijn een cruciaal element in Health Technology Assessment (HTA). Ze dienen om een beter beheer van de uitgaven voor gezondheidszorg en een betere besteding van de beschikbare hulpmiddelen te bevorderen, door te onderzoeken of de gezondheidswinst die wordt verkregen door een behandeling de kosten rechtvaardigt. Welke rol spelen kosteneffectiviteitsanalyses tegenwoordig in de budgetbeheersing en welke rol zouden ze in de toekomst moeten spelen? Het colloquium werd georganiseerd door het Itinera Institute naar aanleiding van de publicatie van het rapport “Je geld of je leven? Pleidooi voor meer kosteneffectiviteit in de Belgische gezondheidszorg”, moest een concreet antwoord geven op deze vragen.
De verschillen in uitgaven tussen arrondissementen zijn groter dan de verschillen tussen de regio’s. Dat blijkt uit twee rapporten van het RIZIV, waarvan het eerste de verschillen in de uitgaven voor gezondheidszorg voor het jaar 2009 (1) analyseert en het tweede de evolutie van de totale uitgaven per regio en per arrondissement tussen 2006 en 2010 (2). De rapporten tonen tevens een forse stijging aan van de bruto-uitgaven voor gezondheidszorg tussen 2006 en 2010. Dat is deels te wijten aan de invoering van het Omnio-statuut en van de dekking van de kleine risico’s voor zelfstandigen.
Gezondheid is een actieveld, een competentiedomein, een industriële sector… maar ook een basiswaarde.
Meer dan een halve eeuw geleden, in de jaren 40, was de geneesmiddelenbehandeling van essentiële hypertensie nog heel beperkt. Daarom onderzochten sommige auteurs de mogelijkheid om de aandoening chirurgisch te behandelen. Zo verscheen in april 1941 in de ‘Canadian Medical Association Journal’ een artikel met als titel “Role for Surgeons in the Problem of Essential Hypertension” (1). De auteur schetste daarin zijn zeer beperkte ervaringen – hij behandelde slechts vier gevallen – met splanchnicectomie. Van de verschillende factoren die hypertensie kunnen veroorzaken, noemt hij heel expliciet het zenuwstelsel en de nieren...
Patiënten met een zeldzame ziekte botsen op heel wat problemen net omdat hun ziekte zo zeldzaam is: late of verkeerde diagnoses, niet genoeg informatie en kennis, een beperkt aantal behandelingsopties, geen aanbevelingen voor een goede behandeling, financiële en administratieve obstakels, enz. Het ministerie van Sociale zaken en Volksgezondheid heeft het Fonds voor Zeldzame Ziekten en Weesgeneesmiddelen (beheerd door de Koning Boudewijnstichting) opgedragen om een rapport te schrijven met als titel ‘Aanbevelingen en voorstellen tot maatregelen voor een Belgisch Plan voor Zeldzame Ziekten’ (1). Hier vindt u de belangrijkste richtlijnen en maatregelen van dit ambitieuze plan. Het houdt rekening met alle factoren die een rol spelen bij zeldzame ziekten en ontwikkelt een geïntegreerde totaalaanpak.
In termen van demografische evolutie tonen de projecties van het Federaal Planbureau in 2011 aan dat de vergrijzing van de bevolking, net als in de meeste geïndustrialiseerde landen, een sterke invloed heeft op de toekomstige behoeften en de middelen voor langdurige zorg (thuiszorg, familiehulp, dagcentra en centra voor kortverblijf, rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen). In België zou het percentage ouderen – 65 jaar en ouder – stijgen van 17% in 2010 tot 21% in 2025 en zelfs tot 26% in 2050. Een fijnere opsplitsing toont de nog spectaculairdere progressie van het percentage van de oudste mensen – 85 jaar en ouder – dat van 2,2% in 2010 stijgt naar bijna 3% in 2015 en 5,8% in 2050. Dat legt een grotere druk op de behoeften (6).
Volgens het basisscenario stijgt het geprojecteerde aantal ouderen in zorginstellingen van 125.500 in 2010 naar 166.000 in 2025. Dat is een stijging met 32%!
De vergrijzing van de bevolking en de langere levensduur zijn basisthema’s binnen het volksgezondheidbeleid. Steeds meer ouderen, ook steeds meer mensen van de vierde leeftijd (ouder dan 80 jaar), hebben een behandeling nodig. Dat is verontrustend: welk soort infrastructuur moet er worden gebouwd? Hoeveel residentiële bedden moeten er voorzien worden? Volgens welke scenario’s? Met welke menselijke middelen? Tegen welke financiële kostprijs? Eén voor één weerklinken die vragen, die complexe antwoorden vereisen. De term ‘vergrijzing van de bevolking’ dekt immers een veelheid aan medische, maar ook sociaaleconomische situaties. Daarom werd in de studie van het KCE ‘Toekomstige behoefte aan residentiële ouderenzorg in België’ (1) beoogd om de evolutie (2011-2025) te schatten van het aantal mensen dat residentiële zorg nodig heeft. Er werden ook 6 alternatieve scenario’s voorgesteld.
Healthcare Executive Nr 86
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...