Dr. Eric Wyffels: “De conceptnota netwerken is al een eerste stap, maar er blijven nog heel wat onbekenden en we moeten misschien soms springen in het duister: verder wachten op een stringent raamwerk etaleert eerder ons onvermogen.”
Dr. Griet Vander Velpen: “De NWH tekent als hoofdopdracht een zorgstrategisch plan uit voor het netwerk, waarbij vanaf de beginfase alle gevolgen meegenomen worden op juridisch en financieel-economisch vlak.”
Dr. Guy Hans (UZA): “De NWH heeft naast kwaliteitsbewaking als corebusiness de aanstelling van netwerkartsen en het onbevooroordeeld bewaken van de complementariteit in het netwerk.”
Dr. Johan Van Eldere: “Netwerken moeten zich op hun eigen ritme kunnen ontwikkelen en men moet vooral oog hebben voor de dynamiek. De spontaneïteit van de afgelopen maanden mag men niet laten doodbloeden!”
Bijnierkanker is een zeldzame, maar zeer agressieve kanker. De 5 jaarsoverleving bedraagt 16-44%, vooral dankzij chirurgie. Als de tumor niet kan worden verwijderd, is mitotaan het enige geneesmiddel dat door de FDA is goedgekeurd. Mitotaan heeft echter maar weinig effect op de overleving...
Er is nog geen echte standaardbehandeling voor gemetastaseerde niet-heldercellige nierkanker. Twee geneesmiddelen hebben evenwel hun werkzaamheid bewezen: temsirolimus en sunitinib...
Moet je een stadium I-seminoom volgen of behandelen met chemotherapie? Die vraag blijft actueel, ook al weten we dat invasie van het rete testis en een tumorvolume > 4cm een relaps voorspellen bij bewaking na chirurgie...
Aikou Okamoto (Jikei, Japan) besprak de resultaten van een gerandomiseerde fase 3-studie die de combinatie van paclitaxel plus carboplatine vergeleek met irinotecan plus cisplatine voor de eerstelijnsbehandeling van heldercellig ovariumcarcinoom.
BRAF-remmers verbeteren de overleving bij patiënten met een gemetastaseerd melanoom met de BRAF V600-mutatie. Maar de respons is zeer variabel...
Meerdere studies hebben aangetoond dat de meeste patiënten met een gemetastaseerd melanoom met een gemuteerd BRAF-gen die werden behandeld met een BRAF-remmer, een metabole respons vertoonden die te zien was met een FDG-PET-scan...
Met behulp van genoomwijde associatiestudies (GWAS) van het menselijke genoom zijn er genetische variaties ontdekt die geassocieerd zijn met een risico op ontwikkeling van nierkanker. Kan onderzoek van het genoom ons op het spoor zetten van voorspellers van de respons op de behandeling bij gemetastaseerde nierkanker?
Nivolumab, een volledig gehumaniseerde monoklonale IgG4-antistof tegen PD1, één van de controlepunten in de antitumorale immuunreactie, is actief gebleken bij gemetastaseerde nierkanker net zoals ipilimumab, een CTLA-4-antagonist. Het lijkt dan ook logisch die geneesmiddelen te combineren aangezien ze niet op dezelfde niveaus van de immuniteit tegen tumorcellen ingrijpen...
Resistentie tegen BRAF-remmers kan worden veroorzaakt door meerdere mechanismen, waaronder de heterogeniteit van de mutaties en de micro-omgeving van de tumor...
Takashi Onda (Sagamihara, Japan) gebruikte de eerste gegevens van een studie die is opgezet om de overleving te vergelijken tussen neoadjuvante therapie en debulkingchirurgie gevolgd door chemotherapie, teneinde de mate van invasiviteit van beide chirurgische ingrepen te evalueren.
De overleving bij blaaskanker met invasie van de spierwand vijf jaar na cystectomie bedraagt nauwelijks 50%...
Het heldercellige niercarcinoom is de frequentste en agressiefste nierkanker. “De incidentie van het heldercellige niercarcinoom stijgt gestaag, net zoals die van veel andere kankers. Dat is verontrustend, want ongeveer 30% van de kankers in een lokaal stadium recidiveert na chirurgie”, zei Bernard Escudier...
MET is een opkomende target in de oncologie en met name in de uro-oncologie “vooral omdat de concentratie van oplosbaar MET in de urine verhoogd is bij urotheliale carcinomen en correleert met het ziektestadium”, zei Andrea Apolo (New York)...
De gevolgen van HPV-gerelateerde orofaryngeale kanker zijn bijzonder ernstig. Heel vaak vergen ze bestraling met intensiteitsmodulatie, wat echter bijwerkingen veroorzaakt zoals hypothyroïdie, xerostomie of cerebrovasculair accident. Zo ontstond de idee om de intensiteit van de bestraling te verlagen....
De omgeving van kankerpatiënten besteedt in sommige gevallen tot 8 uur per dag aan de verzorging van de patiënten. Deze verzorging veroorzaakt psychologische stress die zich vaak vertaalt in gezondheidskwalen. In die context ontstonden de palliatieve zorgdiensten...
De prognose van patiënten met chronische lymfocytaire leukemie (CLL) of klein lymfocytair lymfoom (SLL) met een korte responstijd, van oudere leeftijd ( > 65 jaar) of drager van del(17p), is ongunstig en de behandelingsopties zijn beperkt, behalve – tot op zekere hoogte – voor ofatumumab...
Deze schildklierkanker komt het vaakst voor (gemiddeld 85% van de gevallen) en reageert in het algemeen goed op radioactief jodium of een operatie. Voor 5 tot 15% van de gevallen bestond er tot 2013 echter geen enkele behandeling, wat het potentieel van sorafenib benadrukte. Met lenvatinib, een orale tyrosinekinaseremmer die VEGFR1, FGFR 1-4, PFGFR-β, KIT en RET blokkeert, beschikt de medische wereld nu over een tweede wapen.
Het verlies van ovariële activiteit is een frequente complicatie van chemotherapie, met niet te verwaarlozen psychologische gevolgen voor vrouwen op vruchtbare leeftijd...
Ondanks de doorbraken in de genomica, blijft chemotherapie de keuzebehandeling in de tweede lijn van gemetastaseerd NSCLC. Sinds 10 jaar bleek immers geen enkele behandeling superieur aan de 3 geneesmiddelen die momenteel zijn goedgekeurd. Docetaxel, erlotinib en pemetrexed zijn goed voor een mediane overleving van 7 tot 9 maanden.
Patiëntes met borstkanker met botmetastasen maken veel kans op fracturen en compressie of hebben nood aan bestraling of een antalgische operatie...
Zowel olaparib, een PARP-remmer, als cediranib, een anti-angiogeen middel, toonden in monotherapie een activiteit aan bij epitheliale eierstokkanker. Omdat preklinische studies een synergisch effect suggereerden, was het logisch om het potentieel van deze combinatie te onderzoeken bij recidiverende platinumgevoelige eierstokkanker.
“Intuïtief zijn we allemaal geneigd zijn om ‘nee’ te antwoorden op deze vraag”, zegt Amy Pickar Abernethy (Duke University). “Het betreft immers een chronische behandeling waarvan de resultaten pas na enkele jaren kunnen worden gemeten.” Toch is het antwoord niet zo eensluidend als het lijkt...
ALTTO (Adjuvant Lapatinib and/or Trastuzumab Treatment Optimisation), voorgesteld door Edith Perez (Jacksonville) is een adjuvante studie van HER2+ borstkanker die een vergelijking maakte tussen 4 behandelingsarmen...
De endocriene standaardbehandeling bij premenopauzale vrouwen met hormoonreceptorpositieve borstkanker staat nog niet echt vast. Vandaag stellen we vooral tamoxifen voor als eerstelijnsbehandeling gedurende een periode van 5 jaar, samen met ovariële suppressie bij hoogrisicopatiëntes. In de postmenopauze is de situatie veel duidelijker sinds de komst van de aromatase-inhibitoren. Kunnen we die echter ook voorstellen aan premenopauzale vrouwen bij wie we ovariële suppressie willen doorvoeren?
Er werd lang naar uitgekeken en iedereen praatte erover… Volgens de resultaten van de studie CALBGB/SWOG 80405, die werd gefinancierd door de Amerikaanse gezondheidsautoriteiten, zijn de beide producten gelijkwaardig als eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerde colorectale kanker met KRAS wild-type voor de codons 12 en 13.
Sinds 1950 is hormoontherapie de standaardbehandeling van gevorderde prostaatkanker. De CHAARTED-studie (ChemoHormonal therapy versus Androgen Ablation Randomized Trial for Extensive Disease in prostate cancer) kan daar echter verandering in brengen. Deze studie bestudeerde immers de relevantie om chemotherapie, meer bepaald met docetaxel, toe te passen van bij het begin van de androgene deprivatie.
De incidentie van stadium III-melanoom stijgt gestaag (1). Een dergelijk melanoom is moeilijk te behandelen. Chirurgie is mogelijk, maar het relapspercentage na 5 jaar is zeer hoog...
Immunotherapeutische geneesmiddelen beogen de tolerantie van het lichaam voor het melanoom te verbreken, zodat het immuunsysteem de tumor gaat vernietigen. PD-1-antagonisten (PD-1 staat voor Programmed cell Death 1), een nieuwe immunotherapeutische strategie, blokkeren een fysiologische rem op het immuunsysteem, te weten de PD-1-receptor. PD-1-receptoren komen voor op het oppervlak van geactiveerde T-lymfocyten en ‘vergrendelen’ de immuunrespons tegen de tumorcellen...
Nivolumab is een PD-1-antagonist die in monotherapie actief is gebleken bij een gevorderd melanoom. Nivolumab heeft een ander werkingsmechanisme dan ipilimumab (een CTLA4-antagonist). De vraag rees dan ook of die twee geneesmiddelen geen complementaire effecten zouden hebben...
Bij patiënten in klinisch stadium <T3aN0M0 die initieel behandeld werden met chirurgie of radiotherapie en die een biochemisch recidief vertonen, biedt een onmiddellijke hormoontherapie weinig of geen voordeel inzake overleving in vergelijking met een hormoontherapie die ingesteld werd op het moment van klinische progressie of 2 jaar na het optreden van het biochemisch recidief.
De Amerikaanse NLST (National Lung Screening Trial) werd uitgevoerd bij 53.454 rokers of ex-rokers (≤15 jaar) (voorgeschiedenis van 30 pakjesjaren) tussen 55-74 jaar. Die studie heeft aangetoond dat een jaarlijkse screening-CT-scan met lage stralingsdosis gedurende 3 jaar de sterfte aan longkanker met 30% verlaagde in vergelijking met een klassieke radiografische screening...
Gepigmenteerde villonodulaire synovitis is een zeldzame tumor van het gewrichtsvlies en de pezen...
Het is nu reeds 10 jaar geleden dat mutaties van het EGFR-gen werden ontdekt bij niet-kleincellige longkanker (NSCLC). Dat heeft geleid tot de ontwikkeling van specifieke tyrosinekinaseremmers. Er treedt echter snel secundaire resistentie op...
Obesitas is een prognostisch ongunstige factor bij vrouwen met borstkanker in een vroeg stadium. Maar het team van Hongchao Pan van de Universiteit van Oxford heeft dat punt verder willen uitspitten...
De reglementatire ontwikkelingen hebben een aanzienlijke impact op de ziekenhuisstructuur en de organisatie van de zorgverstrekking. Dat blijkt uit de uiteenzettingen van Anne Vansteenbrugge en François Dejean.
Hoewel ziekenhuisapotheken en menselijk lichaamsmateriaal sterk gereglementeerd zijn, zijn cleanrooms en zones met gecontroleerde omgeving niet onderworpen aan dezelfde reglementaire eisen. Hun reglementering hangt af van accreditatienormen, aanbevelingen, indicaties, richtlijnen.
In de laatste voordracht van de dag, “Bouwen of verbouwen volgens de wettelijke verplichtingen en normen en hoe deze te bereiken”, gaf Frédéric Coteur (Projectdirecteur, Jules Bordet Instituut) een overzicht van de verschillende basisnormen waarop de goedkeuring van een plan is gebaseerd. Dat zijn onder meer de verworven professionele expertise, de PIC’s PE010-3, de veiligheidsnormen voor het personeel, de veiligheidsnormen voor de omgeving, de veiligheid van de patiënt, de kwaliteitseisten van de producten.
Op het vlak van zuiver en ultrazuiver is traceerbaarheid een onvermijdelijke eis. Claire Deroin (Kwaliteitsbewaker, Coördinatie kwaliteit en veiligheid, Erasmusziekenhuis-ULB, Brussel) illustreerde de impact ervan en de problemen voor de ziekenhuispraktijken.
Reglementaire ontwikkelingen en hun concrete toepassingen kwamen aan bod in het ochtendprogramma, dat actief werd voorgezeten door prof. Josiane Van der Elst, Algemeen directeur DG Inspectie van het FAGG, maar ook voormalig diensthoofd van het IVF-laboratorium van het UZ Gent en daarna van het UZ Brussel, en door mevrouw Els Geeraerts, hoofd internationale relaties van het FAGG en verantwoordelijk voor de werkgroep over de aanpassing van het Koninklijk besluit van 1885 betreffende ziekenhuisapotheken. Omdat ze over een expertise in twee domeinen beschikken, zowel op reglementair vlak als op het werkterrein, leverden de vertegenwoordigsters van het FAGG vaak een zeer geapprecieerde bijdrage tijdens de gedachtewisselingen met het publiek.
Terwijl in het ochtendprogramma projecten van reglementaire ontwikkelingen, toepassing van normen in het kader van MBV en farmacie aan bod kwamen, en ook de traceerbaarheid van processen geïnitieerd door de ziekenhuispraktijken, was het middagprogramma meer gericht op de normen met betrekking tot de ziekenhuisomgeving.
Deze laatste opmerking vormde het thema van de afsluitende plenaire sessie, onder leiding van Tom Heyman (CEO Janssen Pharmaceutica Belgium). Dr. Bruno Strigini (President Europe/Canada, Merck & Co., Inc./MSD) richtte zich in zijn presentatie op de impact van de besparingsmaatregelen op research and development, een sector waarin de kosten werkelijk de pan uit rezen, terwijl het steeds moeilijker werd en meer onzekerheid teweegbracht om nieuwe blockbusters te ontwikkelen.
Het tweede grote thema van de Belgian Pharmaceutical Conference had precies te maken met de niet al te beste situatie van het klinisch onderzoek in België, een regio die nochtans lange tijd werd aanzien als het land van melk en honing wat research and development betreft. Hoe zit het bij ons? Welke argumenten pleiten voor en tegen ons land? Hoe kunnen we het onderzoek nieuw leven inblazen en onze competitiviteit aanzwengelen in een sector waarin de concurrentie hoogtij viert? Dat waren de kernvragen die Ingrid Maes (Director Strategy & Operations Pharma &healthcare, PwC Belgium) en David Bouchez (Clinical Program Manager Stentys & Consultant bij UNAMEC) probeerden te beantwoorden tijdens deze plenaire sessie, onder leiding van dr. Greet Musch (General Director for the DG Pre-authorization, FAGG).
De evolutie naar een patiëntgerichte gezondheidszorg, met aandacht voor de noden, verwachtingen en een ‘empowerment’ van de patiënt, verklaart deels het feit dat patiëntenverenigingen steeds meer op de voorgrond treden als kernactoren binnen de gezondheidszorg.
Hoe maak je een ziekenhuis aantrekkelijker? Hoe maak je het klinisch en organisatorisch beter? Vervolg van het gesprek (in het Frans) met Bernard Gruson, algemeen directeur van het Universitair Ziekenhuis van Genève (HUG). (VIDEO)
Een nieuw ziekenhuis bouwen vertaalt zich meestal in een strategisch plan dat aan alle uitdagingen van de instelling tegemoet wil komen. Nieuwe verwachtingen van patiënten, ontwikkelingen in de ambulante zorg, de concurrentie en samenwerking tussen ziekenhuizen… Een gesprek (in het Frans) met Bernard Gruson, algemeen directeur van het Universitair Ziekenhuis van Genève (HUG). (VIDEO)
Om de gezondheidszorg beter te organiseren, moeten de stromen beter georganiseerd worden: de stroom van de dringende zorgen, de stroom van de waardeketen... (VIDEO)
Eveline Depreter en Nathalie Baillieul: “De ‘strategie patiëntveiligheid’ van het AZ Damiaan heeft 5 aandachtsgebieden geïdentificeerd: handhygiëne, bloedtransfusies, thuismedicatie, dossiervorming en patiëntidentificatie.”
Johan Hellings (ICURO) stelt vast dat het moeilijk is voor professionals om de normen voor patiëntveiligheid op duurzame wijze te implementeren in de dagelijkse praktijk…
Margareta Haelterman (FOD Volksgezondheid): “Om een ongestructureerd probleem aan te pakken wordt bij voorkeur een strategie voor continue kwaliteitsverbetering gevolgd, wordt er via procedures gewerkt en worden die procedures ontwikkeld als leertrajecten”…
Stéphane Rillaerts (RHMS) besprak de kwaliteit vanuit het standpunt van het management: wat zijn de basisvoorwaarden voor kwaliteitsverbetering? Is kwaliteit meetbaar – en zo ja, hoe? Is kwaliteitszorg geïntegreerd in de financiering van de ziekenhuisinstellingen? Hoewel de definitie van kwaliteit veelduidig is, kunnen we basisvoorwaarden vinden die vervuld moeten zijn om kwaliteit te verkrijgen?
Volgens Myriam Hubinon (CU St-Luc, UCL), moeten de ontwikkeling van preventie en het risicobeheer worden geïntegreerd in het strategisch plan van het ziekenhuis…
Volgens Paul Bartels (European Society for Quality in Healthcare) hangt een concrete kwaliteitsverbetering minder af van de implementatie van een specifiek model dan van de ziekenhuisleiding die moet beoordelen welke methode het best bij haar instelling past…
Volgens Stéphanie Maquoi (FOD Volksgezondheid) is een checklist vooral nuttig omdat het een eenvoudig middel is om de communicatie binnen teams te bevorderen, de aandacht te vestigen op de patiëntveiligheid tijdens elke ingreep, een gestandaardiseerde manier van werken aan te bieden en een veiligheidscultuur te ontwikkelen.
Volgens Thomas De Rijdt (UZ Leuven, KUL) behoort het tot de doelstellingen van een ziekenhuisapotheker om medische fouten te vermijden…
Yolande Husden (Socialistisch ziekenfonds): de doelstelling is om de ziekenhuizen te helpen beantwoorden aan de kwaliteits- en veiligheidseisen en patiënten toegang te garanderen tot kwaliteitsvolle zorg, de toegang tot informatie te verbeteren en rekening te houden met de tevredenheid van die patiënten…
Aspecten zoals het onderhoud of de ontwikkeling van de ziekenhuisactiviteit spelen doorgaans een grote rol bij het bepalen van de strategische dimensie van een nieuw gebouw, zoals de casestudy’s hebben aangetoond. Er moeten heel wat horden worden genomen op financieel, organisatie- of managementvlak vóór je begint aan een riskant project als een nieuw ziekenhuis. Dit werd erg goed geïllustreerd met de reorganisatie van de ziekenhuisactiviteit van Chirec rond drie algemene ziekenhuizen - SARE, Eigenbrakel - en het nieuwe ziekenhuis dat in Brussel aan Delta zal worden gebouwd.
De heer Tristan Dhondt (partner Real estate & infrastructure Brussel – Amsterdam van Ernst &Young) wordt regelmatig geconfronteerd met de vraag: “Ziekenhuisbouw: hoe de rentabiliteit optimaliseren tegen lagere kosten?”. Vanuit zijn functie heeft hij een goed zicht op de behoeften van de ziekenhuissector, waarin zich net zoals bij andere bedrijven aanpassingen opdringen.
De heren Wim Tambeur en Gunter Gonnissen gaven een overzicht van het masterplan waarmee de Campus Gasthuisberg zal omgebouwd worden van een dorp naar een stad. Het Universitaire Ziekenhuis Leuven verzorgt jaarlijks tussen de 600.000 en 700.000 ambulante contacten en ook de komende jaren wordt er nog een aanzienlijke groei voorzien. Bovendien is er binnen een universitair ziekenhuis steeds een shift aanwezig naar meer intensieve en ambulante zorg, waardoor de gebouwen niet langer aan de behoeften beantwoorden.
Door de politieke onzekerheid is het mogelijk dat onderdeel A1 van het Budget van Financiële Middelen over de bouw-, heropbouw- en verbeteringswerkzaamheden van het federaal niveau wordt doorgeschoven naar het Gemeenschaps- en Gewestniveau. Dan is het nog maar de vraag hoe lang de uitstekende uiteenzetting van Annick Poncé (adviseur-generaal FOD Volksgezondheid) nog geldig blijft, want de gegevens zouden binnenkort kunnen veranderen.
Om te laten zien wat er allemaal komt kijken bij het ontwerp en de bouw van een nieuw ziekenhuis heeft Healthcare Executive Seminar een vernieuwende aanpak gekozen: aan de hand van een mix van plenaire zittingen, video-interviews, workshops en casestudy’s hebben we verschillende perspectieven aangeboden die tot een interessante uitwisseling hebben geleid. Het video-interview met Bernard Gruson, directeur-generaal van het Hôpital Universitaire de Genève (waar nieuwbouw tot stand is gekomen in het centrum van de stad), geeft een overzicht van de uitdagingen waarmee een universitair ziekenhuis geconfronteerd wordt en de originele oplossingen die zijn gekozen.
Prof. Walter Sermeus (afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, KULeuven) hield aan de hand van enkele markante voorbeelden een pleidooi voor een aangename ziekenhuisomgeving, die door de patiënt als kwaliteitsvol ervaren wordt en motiverend werkt voor het personeel. De gezondheidszorg verandert immers en wordt afgestemd op de vraag in plaats van het aanbod.
Thierry Courbis is directeur-generaal van Leader Health (Franstalige regio), een netwerk van senior experts in het ontwerpen van gebouwen met digitale technologie. Hij liet zien welke concrete middelen er nodig zijn en wat de werkelijke mogelijkheden zijn van krachtige technologie om de strategische doelstellingen te halen die het ziekenhuis heeft bepaald.
Twee jaar na de ingebruikname van het Orbis Medisch Centrum stelde Mevrouw Henny van Laarhoven (projectdirecteur van Orbis concern) de innovaties en de evaluaties van het Centrum voor. Orbis Medisch Centrum is momenteel een technologisch hoogontwikkeld centrum, dat op de meest patiëntvriendelijke manier kwalitatief hoogwaardige zorg aanbiedt. Het biedt ruimte aan Orbis Medisch Centrum (ziekenhuis), Orbis Geestelijke Gezondheidszorg, Orbis Revalidatie en een Zorgboulevard.
Vernieuwende initiatieven worden genomen binnen de ziekenhuiswereld. “Het AZ St. Blasius Dendermonde, dat in feite het fusieziekenhuis is van 5 afzonderlijke ziekenhuizen van verschillende strekking, kende moeilijke integratieperiodes”, aldus de heer Hugo Casteleyn, afgevaardigd beheerder. Om de integratie te bevorderen en het ziekenhuis te differentiëren, werd een innovatieve strategie uitgebouwd. De ziekenhuisdirectie werkte voornamelijk op de kwaliteit van het personeelsbeleid, de strategie en de middelen, van waaruit snel een goede personeelstevredenheid, klantentevredenheid en tevredenheid van de aandeelhouders werd bereikt.
De verschillende vormen van samenwerking tussen ziekenhuizen impliceren heel wat elementen, normen, voorwaarden en criteria. Toch wijst prof. Alain De Wever erop dat er geen specifieke wetgeving bestaat in verband met uitbesteding. Al wordt bij samenwerking tussen instellingen vaak de voorkeur gegeven aan deze vorm, met name op domeinen zoals de keuken, wasserij, sterilisatie, unit dose of aankoopcentrales...
Ongeacht de rechtsvorm die een samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen aanneemt, blijkt dat samenwerking doorgaans voortvloeit uit de behoefte aan allianties, de noodzaak om aan normen te voldoen of om de middelen te rationaliseren. Meester Jean Bourtembourg (Bourtembourg & Co) wijst erop dat samenwerking in het begin wordt gedreven door negatieve stimuli zoals “rationalisatie en rationele zorgverstrekking, de evolutie van de erkenningsnormen, de optimale benutting van instrumenten of zelfs een medisch tekort”.
Zoals hiervoor gezegd zijn de strategische beperkingen en noodzakelijkheden bepalend voor de rechtsvorm die de samenwerking tussen ziekenhuisinstellingen zal aannemen. De vragen waarmee een klein ziekenhuis wordt geconfronteerd, verschillen van die van ‘grote’ instellingen.
Er is weliswaar opmerkelijke vooruitgang geboekt op het domein van genetica, moleculaire biologie en nanotechnologie, maar ook op het domein van chirurgie zijn nieuwe technologische hoogstandjes gerealiseerd. In zijn exposé over ‘De toekomst van robotchirurgie in onze gezondheidszorg’ (9) vestigde dr. Mottrie (OLV Aalst) de aandacht op de voordelen van robotchirurgie, met als directe en meest vanzelfsprekende voordeel voor de patiënt dat…
Om het symposium in te leiden schetste dr. Jean-Luc Demeere (voorzitter van het VBS, Sint-Jansziekenhuis) in grote lijnen de introductie van spitstechnologie in de specialistische geneeskunde. Daarbij benadrukte hij dat de medische uitdagingen van biomedische innovatie schuilen in een verplaatsing van paradigma…
Prof. Jean-Luc Gala (Cliniques Universitaires St-Luc, UCL) is een van de stuwende krachten achter het NANOTIC-programma, een multidisciplinair project met als doel om nanotechnologieën, ICT en biomedische wetenschappen te bundelen. Hij schetste de vooruitzichten die nanotechnologie op medisch domein biedt. Maar eerst een woordje uitleg: de nanowereld…
Tijdens zijn lezing over ‘Genetics and drugs: pharmacogenetics/pharmacogenomics’ besprak professor Francis Heller (INDC – Eenheid Jolimont) de impact van genetica op de geneesmiddelentherapie. Het is bekend dat voor een bepaalde ziekte de klinische respons en de neveneffecten als gevolg van de medicijnen heel sterk kunnen verschillen van patiënt tot patiënt. Die verschillen worden verklaard door…
Healthcare Executive Nr 86
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...